P8020495

Rol adviseur Pensioen in eigen beheer
De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Wiebes (brief juli 2016) besloten de regeling Pensioen in Eigen Beheer (PEB) in zijn huidige vorm met een overgangstermijn van 3 jaar af te schaffen.

 

 

DGA’s kunnen de pensioenregeling op een semi-aantrekkelijke manier afkopen, kiezen voor een spaarvariant (direct afstempelen) of laten staan op grond van de huidige wetgeving. Onderstaand geven wij u graag een algemeen overzicht van de uitgangspunten en onze mening in het bijzonder.

Volgens Wiebes werd de huidige pensioenregeling in eigen beheer door veel DGA’s als ‘pensioenklem’ gezien. Het geld dat DGA’s als pensioenspaarpot opbouwen, zit vaak vast in het eigen bedrijf. De pensioenreserve is nodig om het bedrijf financieel gezond te houden en kan eigenlijk nooit worden uitgekeerd. Op de lange termijn loopt de overheid hierdoor bovendien miljarden aan inkomstenbelasting mis.

Belastingkorting
De staatssecretaris komt rond of na Prinsjesdag met een wetsvoorstel waarmee DGA’s versneld het pensioen in eigen beheer kunnen afkopen met fiscale stimuleringsmaatregelen. Over het vrijgekomen geld hoeven zij minder inkomstenbelasting te betalen dan normaal. In 2017 geldt een korting van 34,5% op de grondslag, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%, aldus Wiebes in zijn brief aan de Tweede Kamer.
De ‘pensioenklem’ is naar onze mening dus meer een mogelijkheid voor de belastingdienst zelf om vervroegde belastingheffing(en) binnen te krijgen. De begroting houdt rekening met ca. 2 miljard aan extra inkomsten door afkoop van pensioen in eigen beheer.
Het CPB-achtergronddocument inzake beschrijvende statistiek DGA’s geeft echter aan dat slechts 4% van de vennootschappen in de periode 2007-2011 dividend heeft uitgekeerd. De dividendklem is dus zeer beperkt.

Spaarvariant
Voor DGA's die de pensioenregeling niet afkopen of financieel de middelen niet hebben om de belastingheffing te voldoen, wordt een spaarvariant geïntroduceerd. Het geld blijft in de onderneming en de DGA houdt daarmee een reservering voor de oude dag. Belastingheffing vindt dan pas in de uitkeringsfase plaats. Hiermee heeft de DGA in ieder geval de mogelijkheid zijn dividendklem (grotendeels) weg te nemen, zonder dat hij acuut moet afrekenen.
De dividendklem is naar onze mening niet de grootste zorg van de DGA, als zijn vennootschap ‘onder water staat’. De ‘kleine letters’ in het wetsvoorstel moeten ons duidelijkheid geven of er géén verassingen te verwachten zijn op pensioendatum.
Met name als binnen de spaarvariant de middelen niet aanwezig zijn op pensioendatum, kan mogelijk alsnog revisierente en/of loonheffing ingehouden worden. Hierdoor ontstaat mogelijk een ‘pensioenklem’, om in de termen van staatssecretaris Wiebes te blijven.

Oud regime in stand houden
Indien de overgangsmaatregelingen niet interessant zijn voor de DGA en/of zijn of haar partner niet instemt met het afstempelen van ‘pensioenrechten’, dan worden de opgebouwde pensioenrechten bevroren. Dit betekent dat het premievrije pensioen onder de huidige spelregels in stand blijft.
Zo blijft ook artikel 19b Wet op de Loonbelasting in dit geval van toepassing. Mocht er onvoldoende middelen aanwezig zijn op pensioendatum, dan is het pensioen ‘niet voor verwezenlijking vatbaar’ zonder verdere sancties voor de DGA.
Deze optie kan in heel veel gevallen nog wel eens het meest positief uitpakken voor de DGA.

Rol adviseur
Voor de accountant en pensioenadviseur is het van belang om de consequenties van de keuzemogelijkheden goed in beeld te krijgen. Zo kunnen er tegenstrijdige belangen ontstaan tussen DGA en zijn of haar partner.
Een belangrijk aspect is ook liquiditeitsbepaling. Binnen de vennootschap kan sprake zijn van een fiscale dekkingsgraad en een reële dekkingsgraad. Bij het afstempelen van pensioen, met de keuze afkoop of spaarvariant, is een liquiditeitstoetsing met balansanalyse noodzakelijk. Staatssecretaris Wiebes gaf zelf al aan dat ‘vennootschappen die onder water staan’ naar alle waarschijnlijk niet gaan (of kunnen) afkopen.
Dezelfde dekkingsgraadanalyse kan gebruikt worden bij een ingegaan pensioen met de keuze afkoop of afstempelen. In hoeverre het verstandig is om ingegane pensioenrechten om te zetten of af te kopen, is niet alleen afhankelijk van de leeftijdsverwachtingen, maar ook van de reële dekkingsgraad.
De waardering van premievrije pensioenrechten én ingegaan pensioen heeft veel impact op de partner. Met het afstempelen van pensioenrechten verdampen tienduizenden euro’s aan waarde en toekomstige uitkeringen voor de partner.
Het is niet voor niets dat een adequate, actuariële onderbouwing gewenst is bij het instemmingstraject voor de partner.