P8060833

Wet Verbeterde premieregeling
Per 1 september 2016 treedt de Wet verbeterde premieregeling (Stb. 2016, 248) in werking. Het kapitaal dat in een premie- of kapitaalovereenkomst wordt opgebouwd, hoeft niet meer op de pensioendatum in een vaste uitkering omgezet te worden,

maar kan ook in de uitkeringsfase (deels) risicodragend worden belegd. Hiervoor is een nieuw pensioentype geïntroduceerd: een variabel pensioen.
Doorbeleggen leidt naar verwachting tot een hoger pensioenresultaat dan de bestaande, vaste uitkering, maar geeft tegelijkertijd meer onzekerheid over de hoogte van de uitkering.

Wat zijn de knelpunten bij een vaste pensioenuitkering?
Afbouw beleggingsrisico
Bij het omzetten van het pensioenkapitaal in een vaste levenslange pensioenuitkering is de rekenrente op het moment van inkoop cruciaal. Als de rente (vlak) voor de pensioeningang daalt, dan heeft dat een verlagend effect op de in te kopen pensioenuitkering. Om dit zogenaamde 'renterisico' te beperken, wordt veelal het beleggingsrisico ruim vóór de pensioeningang stapsgewijs afgebouwd. Door het nemen van minder beleggingsrisico neemt echter ook het verwachte rendement af.
Dit heeft een verlagend effect op de verwachte hoogte van de pensioenuitkering.

Lage rente
De rente is momenteel, historisch gezien, laag en de levensverwachting is de afgelopen decennia fors toegenomen. Het inkopen van een vaste pensioenuitkering is daarom een dure aangelegenheid geworden.

Beperkte toeslagverlening (indexatie)
Bij verzekeraars vindt na pensioeningang geen toeslagverlening plaats. Bij pensioenfondsen wordt na pensioeningang collectief doorbelegd, maar de kans op toeslagverlening is momenteel beperkt. De dekkingsgraden zijn op dit moment laag, waardoor met eventueel overrendement allereerst de verdampte buffers weer moeten worden aangevuld. Daarnaast zijn de regels voor toeslagverlening sinds 1 januari 2015 aangescherpt, waardoor het ook bij voldoende buffers niet mogelijk is om het overrendement direct en volledig uit te delen aan de pensioengerechtigden.
Beschikbare premieregelingen (en kapitaalregelingen) leiden momenteel tot een relatief lage pensioenuitkering, met geen of een beperkte kans op indexaties.

Wat zijn de gevolgen van een variabele pensioenuitkering?
Geen garanties
Bij een variabele pensioenuitkering wordt het mogelijk om voor risico van de pensioengerechtigde door te beleggen. De pensioenrechten zijn niet langer 'gegarandeerd', waardoor het voor de pensioenuitvoerder niet langer noodzakelijk is om forse buffers aan te houden. 

Dit heeft een verhogend effect op de in te kopen pensioenuitkering, maar zorgt ook voor een onzekerder pensioen.

Minder snelle risico-afbouw
Doordat de pensioenuitkering minder afhankelijk is van de rentestand op één moment, is het niet langer noodzakelijk om het beleggingsrisico voor pensioeningang fors af te bouwen. Hierdoor wordt het mogelijk om in de periode (vlak) voor de pensioendatum risicovoller te beleggen dan dat nu het geval is.
Door het risicovoller beleggen wordt het verwachte beleggingsrendement hoger, wat in een naar verwachting hogere pensioenuitkering resulteert.

Meer risico pensioendatum
Doordat ná pensioeningang voor risico van de pensioengerechtigde kan worden doorbelegd, ontstaat naar verwachting overrendement dat kan worden gebruikt voor het verhogen van de pensioenuitkering. Dit leidt tot een naar verwachting (op termijn) hogere pensioenuitkering dan wanneer een vaste levenslange pensioenuitkering wordt ingekocht.
Méér beleggingsrisico betekent ook: een grotere kans op verlagingen, een minder stabiele pensioenuitkering en dus méér onzekerheid voor de pensioengerechtigde.
Een variabele pensioenuitkering leidt naar verwachting tot een hogere, maar meer onzekere pensioenuitkering.

Tot slot
Voor welke uitvoerders van premie- en kapitaalovereenkomsten heeft deze wet consequenties?
De nieuwe Wet verbeterde premieregeling geldt voor alle aanbieders van een variabel pensioen. Ook voor uitvoerders die (nog) géén variabel pensioen aanbieden, maar wel premie- en of kapitaalovereenkomsten uitvoeren, heeft deze wet consequenties. De wet schrijft namelijk voor dat zij:
deelnemers in elk geval voorafgaand aan de pensioendatum de keuze geven tussen een vaste of een variabele uitkering (artikel 63b lid 1 PW);
deelnemers informeren over het shoprecht, indien de pensioenuitvoerder zelf alleen vaste of alleen variabele uitkeringen uitvoert (artikel 63b lid 3 PW); en
de beleggingsmix aanpassen aan de voorkeur van de deelnemer voor een vaste dan wel een variabele uitkering.