28 mei 2026

Niet alle pensioenen varen in!

Niet alle pensioenen varen in!

Het uitgangspunt van de Wet toekomst pensioenen is dat alle opgebouwde pensioenen
worden omgezet in het nieuwe systeem. Dat is dan een eigen pensioenpot, en díe pot is
bepalend voor de hoogte van het pensioen. Toch blijkt de praktijk weerbarstiger.

Pensioen bij verzekeraar
Allereerst worden opgebouwde pensioenrechten bij een verzekeraar op grond van een
zogenaamde uitkeringsovereenkomst, dat zijn middelloonregelingen (of vanuit het
verleden nog eindloonregelingen), niet ingevaren. Deze rechten zijn ‘hard’
gefinancierd, en kunnen dus ook niet verlaagd worden. Wel is dan de vraag of ze nog
geindexeerd worden. Als dat niet het geval is, dan kan het toch interessant zijn om ze
vrijwillig om te zetten in het nieuwe systeem en te profiteren van stijging van de
beleggingen.

Dat kan bij een baanwisseling overigens altijd. Zowel het pensioen van de oude
werkgever, maar ook die van alle werkgevers daarvoor! En sinds 2015 geldt hier geen
termijn meer voor. Dus als je na 2015 van baan bent veranderd, kun je op ieder
moment waardeoverdracht doen.

Ook bestaande beschikbare premieregelingen worden niet ingevaren, dit is immers al de
systematiek van de nieuwe wet. Of ze nu bij een verzekeraar of bij een
PremiePensioenInstelling (PPI) zijn opgebouwd (en soms ook bij een
ondernemingspensioenfonds).

Pensioen bij een fonds
Ook vele gesloten ondernemingspensioenfondsen, en pensioenen ondergebracht bij een
zogenaamd Algemeen PensioenFonds (APF) varen niet altijd in. Deze blijven dan in het
oude systeem, met de dekkingsgraad die bepalend is voor indexatie. Vaak is hier dan wel
sprake van toekomstige indexatie, dus of overdracht naar een regeling in het nieuwe
systeem dan verstandig is, is de vraag.

Solidair of flexibel
Dan is van groot belang of het nieuwe pensioenfonds is overgegaan op een solidaire of
een flexibele premieovereenkomst. Bij een solidaire regeling heb je wel
keuzemogelijkheden zoals hoog/laag, maar kun je geen invloed op de beleggingen
uitoefenen. Bij een flexibele regeling kun je of kiezen voor een vast of flexibel (dat is dus
doorbeleggen) pensioen. Zo niet, dan mag je een vast pensioen bij een verzekeraar
inkopen. Een ‘vast’ pensioen bij een fonds betekent wel nog altijd dat het ook gekort kan
worden. Dus eigenlijk de ‘oude’ systematiek.
De pensioenpot bij een verzekeraar of PPI kan ook altijd worden aangewend voor een
vast pensioen. Dat is dan bij een verzekeraar. Hoewel zekerheid geld kost, kan dat toch,
zeker voor een deel van het pensioen, een gewenste keus zijn.

Begin vroeg met financiële planning
Werknemers – en ook zzp’ers – met meerdere premievrije pensioenaanspraken moeten al
met al goed bekijken wat de mogelijkheden en dus gevolgen zijn. Hetzij bij baanwisseling
en uiterlijk op pensioeningangsdatum. Daar vroegtijdig mee beginnen moet dan
natuurlijk het advies zijn. Pensioeninfo en -communicatie is input voor persoonlijke
financiële planning immers!

Bron: Financiële Telegraaf, mei 2026
Auteur: mr J. Theo Gommer MPLA CCFP